Columns 

 

30 augustus – 13.10 uur – Hollandse zomerluchten - 19 graden – dikke spin in ragfijn web  Zomer!

 

Vlieland 


Soms zijn mijn hersens zo druk bezig met de dagelijkse onbenulligheden, dat ze weigeren zich met schrijven bezig te houden. Jammer voor ze dat ik hun baas ben. Ik tolereer geen gelanterfant ook al is het maandagmorgen. Want het is tijd om te gaan schrijven – ook voor hen.


Ontglippen ze mijn greep, dan trek ik net als een voetbalscheidsrechter een kaart. Geen gele of rode, maar een paarse - uit zo’n doosje vol nadenkkaarten. Daarnet trok ik er één die me, zoals het die kaarten betaamt, precies paste. ‘Welke etiketten heb jij afgelopen dagen op mensen geplakt?’

 
De afgelopen dagen? Toen was ik met Ton op Vlieland. We waren er bepaald niet de enigen. Het strand was voor de stoere windwandelaars (zoals ik). De fietspaden voor de conditiekanonnen (zoals Ton). De beschutte en verwarmde terrasjes waren voor de levensgenieters en binnen in horecazaken trof je de gezelligheidsdieren. Tot die soorten horen wij ook, dus wát een kansen om etiketten te plakken!

 
Zo werd door mijn toedoen een serieuze man benoemd tot dokter, en zijn aanstellerige vrouw tot zijn psychiatrische patiënte. Er was een stresscarrièremoeder, een  oppasoma met heerszucht en een familiedespoot. Na twee keer ontbijten in het hotel had ik ook de profiteervretertjes benoemd. Bij het happy hour de playboy zonder centen, en ook de domme gans met de gewiekste jager.

 
De harmonische stelletjes waren er gelukkig ook, net als de tweedekans geliefden en de honeymooners. Verder zag ik kenauvrouwen, nieuwgoudkakkers en thuiszorgreünisten. Afijn, als u deze typen in mijn toekomstige boeken tegenkomt, weet u dat ik ze van Vlieland heb meegepikt.

 
Ik heb er trouwens ook iets achtergelaten. Ten eerste, in de bibliotheek en de boekwinkels kopieën van de aankondiging van ‘Op rozen op Vlieland’ dat in oktober uitkomt. En ten tweede, een indruk… want ook ik kreeg een etiket opgeplakt. Dat van vreselijk nieuwsgierig mens. 


                                                                   ***


 

 
Nazomeren


23 augustus – 11.40 uur – stortregen - 19 graden – vliegend blad – Zomer!


Een lommerrijke dorpsstraat met een sloot erlangs en bruggetjes naar de overkant. Herenboerderijen, notariswoning en de kerk met pastorie. Bij sommige huizen wapperen vlaggen, het teken dat je daar kun je achterom de tuin binnen mag gaan.


Zo’n tuin. Eentje die grenst aan een boomgaard vol rijpend fruit. Met een eik die vanuit de hoogte een eeuw gedoe overziet. De perenboom vol Franse suikerperen, de kippen nu maar in het hok. De hond die het waken laat voor wat het is, bij witte floxen tussen veelkleurige zomerbloeiers. Knarsend grind en klanken van een gitaar vlakbij het huis.


Daar zit op een klein podium de gitarist. Bezoekers van de tuin drinken er koffie, met appeltaart erbij. Men doet hier aan nazomeren – een jaarlijks terugkerende activiteit in het dorp en de omgeving, met open tuinen en voor elk wat wils. Dit is de tuin achter de boekwinkel, waar je behalve naar gitaarmuziek naar schrijvers luisteren kunt.


Nazomeren – wat klinkt dat loom en lui. Je denkt aan een hangmat tussen dicht gebladerte met dikke spinnen, aan zoemende wespen en kwetterende spreeuwen. En je ziet het voor je in gouden zonlicht.


Nou niks daarvan. De wind smijt de peren uit de boom. De parasols weren geen zon maar regen. En de stemmen van de schrijvers klauwen tegen de stormwind in. Maar we zijn er, net als de bezoekers. En we vertellen waarom we boekenschrijven, en waarom juist deze boeken: ‘Omdat nu eenmaal elke schrijver schrijft zoals hij gebekt is,’ zeg ik terwijl de storm me mijn spiekbriefje het nakijken geeft.


Daarom komen er in deze tuin thrillers en egodocumenten aan bod. Net als gedichten en songs, kinderliteratuur, biografieën, romantische fictie en verhalen in het streekeigen dialect. Het is waar dat elke schrijver schrijft naar waar zijn hart ligt. Net zoals iedere lezer zijn persoonlijke voorkeuren heeft. En er mensen zijn die helemaal niks met lezen hebben… Die liever tuinieren en wandelen door een mooie oude tuin…


Iets wat schrijvers, en de mensen onder de parasols bij het podium, zich maar moeilijk kunnen voorstellen. Gelukkig storen onze woorden de bezoekers verderop in de tuin niet. Wind en regen winnen het glorieus van de microfoon. En zo hoort het in een tuin vol floxen, peren en kippen, onder een eik van vast wel honderd jaar - in een dorp dat nazomert ook al lijkt het herfst dit jaar.
 

 



 

Bramenjam en vlierbessen


17 augustus – 10.30 uur – stortregen - 15 graden – druipende bladeren – zomer!


De voordeurbel rinkelt. Ik stap achter mijn computer vandaan en door de geopende tuindeuren van mijn werkkamer naar buiten. Bij de voordeur staan twee kleine en één groot meisje. Die hebben vast door de regen van gisteren  thuis maar iets gemaakt wat extra zakgeld opleveren moet.


Bramenjam is het, de potjes staan op een dienblad met hengsels. De twee kleintjes houden het blad vast, ieder een oor. Met hulp van de oplettende hand van het grote meisje blijft het horizontaal staan.


Twee euro per potje, inclusief het gebloemde doekje over de deksel en het rafelige touwtje eromheen. Of de jam lekker is, vraag ik naar de bekende weg. En of ze ‘m met geleisuiker maakten en hoeveel werk ze wel niet hadden aan het schoonkoken van de potjes en de dekseltjes.


Het grote meisje weet van jammen! Ze heeft het vaker gedaan. Ze lacht daarbij haar beugel bloot. De kleintjes luisteren vol ontzag waardoor het dienblad helt en de oplettende hand reddend ingrijpt. Het drietal heeft mediterraan gebruinde gezichtjes, en  haast. Wie weet kunnen ze nog meer euro’s verdienen dan de vier die ze van mij voor twee potjes krijgen.


Of ze de bramen zelf plukten hoef ik niet te vragen, want die zijn nog niet rijp. Het moeten gekochte zijn, dat kan niet anders.
Daarom ook durf ik de jam van ze te kopen, want zelfgemaakte jam – praat me er niet van.


Ooit begon ik welgemoed op een avond na een dik uur vlierbessen plukken in eigen tuin. Ze rissen hoefde niet, volgens mijn buurvrouw. Je kookte eerst de bessen met schermen en al kapot, dan hup de roerzeef in, en van het sap maakte je de jam. Lekker snel allemaal, maar wel goed wassen!


Dus liet ik de gootsteen vollopen. Kiepte de schermen en hun dieppaarse bessen er in. Liet het een minuut of vijf zo staan. Mooi, alle ongerechtigheden konden bezinken. Wat bezinken! De ongerechtigheden kropen zo snel als hun vele pootjes konden een steile wand race om op het aanrecht de druppels van zich af te schudden en van de schrik te bekomen.


Tenminste, daar liep het leger gespuis in wanorde toen ik na vijf minuten met een dienblad vol lege jampotten terugkwam uit de bijkeuken. Spinnen, dik en dun. Torren, kevers, fladderbeestjes en gevoelspriete langpotigen. Met z’n allen richting sinaasappelpers en koffiezetter. Terwijl er nóg zo'n leger van halfverzopen nakomers het droge op klauterde.


Met mijn ogen stijf dicht en zwiepte ik met een dikke dweil de hele aanrechtbevolking terug  de gootsteen in. Door de bessenschermen heen graaide ik de stop uit de afvoer. De totale bessenoogst mikte ik terug in de emmer en vervolgens buiten in het gras.


Weer met mijn ogen dicht liet ik de waterstraal rondcirkelend door de gootsteen zijn moordenaarswerk doen. Hierna zou ik nooit, nooit, nooit meer een insect, geleedpotige of vliesvleugelige doden, zwoer ik. Laat staan jam maken.


Wat betreft de bramenjam van de meisjes, mijn man vindt 'm heerlijk, alleen twee euro voor zo’n klein potje veel te duur. Voor mij blijft het een koopje.



                                                             ***

 


10 augustus –  9.15 uur – weg is de zon -  een haasje repje in het weiland – zomer!


Zorgcentrum

Wat heeft mijn demente moeder het goed in het zorgcentrum. Wat zijn ze er lief en wat doen ze er veel om de bewoners een thuis te geven. Ik bezoek mijn moeder het liefst ’s middags na  haar middagdutje op haar eigen kamer. We babbelen dan een tijdje, ik op de rand van haar bed. Dat geeft haar pretoogjes. ‘Is het echt?’ vraagt ze steeds als ik haar weer heb verteld hoe de vork precies in de steel zit, ‘ben jij echt mijn dochter? Wat leuk, zeg!’


Vervolgens hebben we het erover hoe de familie in elkaar zit. Wie nu precies haar kinderen,  kleinkinderen en achterkleinkinderen zijn. Wie er nog leven van haar vrienden en kennissen. Maar ook bespreken we haar sportieve jaren in de atletiek. Het wedstrijdenzeilen wat ze deed met de man die mijn vader werd. Of roepen we oh’s en ah’s over het feit dat ze nog zo gezond is en dat dat een waar wonder is.


Laatst ging ik op een smoorhete middag naar haar toe. De zon brandde vanuit een wolkeloze hemel. 30 graden gaf de display van mijn auto aan. Gelukkig heb ik airco, maar dat hebben ze in het zorgcentrum niet. Hoeveel van de hoogbejaarde bewoners zouden het loodje leggen? Zou mijn moeders gekrompen lichaampje deze hitte aankunnen? Op van alles voorbereid stapte ik haar appartementje binnen.


De ramen staan er open en de zonwering is neergelaten. Ze draagt haar nieuwe zomerrok met bijpassend bloesje en voelt koel aan. Met pretoogjes kijkt ze me na wat gebabbel aan. ‘Is het echt,’ vraagt ze glunderend, ‘ben jij echt mijn dochter?’ Ze kiest voor thee. Nee, geen limonade. Wel een cakeje graag. Of ik weet of ze nog meer kinderen heeft. Ik antwoord alsof het voor het eerst is. Wat kijkt ze me nieuwsgierig aan! 


Dan is het tijd om haar naar de huiskamer beneden te brengen. Daar maakt ze nooit een punt van. ‘U moet nu natuurlijk weer voor uw gezin zorgen, zo is dat nu eenmaal.’ Met de rollator gaan we babbelend naar de lift. We zoeven grappend naar beneden en wandelen terwijl we een liedje zingen de gang door naar de huiskamer. ‘We zijn buiten, hoor!’ klinkt van achter de tuindeuren.


Daar zitten ze al met z’n allen, mijn moeders lotgenoten. Grote parasols beschaduwen de terrastafels waaraan ze een ijsje eten en met vereende krachten een kruiswoordpuzzel oplossen. ‘Ja, een ijsje om weer een beetje bij te komen,’ zegt een medewerkster. ‘Van de hitte,’ zeg ik begrijpend. ‘Nee,’ lacht ze terwijl ze een wesp wegjaagt, ‘we hebben net zitten bellenblazen.’


Ik vraag of ze dan geen last van de warmte hebben. Het is mijn moeder die antwoordt. ‘Welnee, mevrouw. Ik heb al zoveel zomers meegemaakt, ik word er warm noch koud van.’ Ze draait haar gezicht naar me op en kijkt me vragend aan ‘Wie bent u ook alweer? Uw gezicht komt me zo bekend voor.’ Ik geef toch maar antwoord. 
 
                                                                                           ***

2 augustus – 10.30 uur – de zon breekt door - 20 graden – bromvliegen – zomer!


Zomer is...

 

Zomer is lang leunen op een veehek en kijken naar de koeien. Zien hoe die stap voor stap hun grazende kop volgen. Horen hoe ze het gras eraf scheuren met hun dikke ruwe tong. De luchtstroom voelen van de zwiep van hun staart om vliegen te verjagen. Hun schone geur ruiken, verrast nog eens snuiven en door de buitenlucht heen opnieuw die schone geur ruiken van een koeienvacht.


Zomer is op je rug tegen een dijkhelling liggen kijken naar de zwaluwen. Je niets aantrekken van de prikken die je voelt in je armen of benen. Laten het mieren of vliegen zijn. Wat geeft het. Ze zijn het voedsel voor die zwaluwen boven je, die de zomer maken. Daardoor zijn die  elegante lange staartpunten van de boerenzwaluwen boven je afgetekend tegen de blauwe hemel, en de kortjes van de huiszwaluwen. Anders hadden ze hier niets te zoeken. En hoe blikkert het wit van hun onderzijde in de zon! Hoe kwetteren ze de hemel vol met zomerklanken!


Zomer is knerpend duinzand in je schoenen en je hijgende ademhaling bij het omhoog klauteren op het laatste duin. Waardoor je de branding niet hoorde, maar wel nog het krijsen van de meeuwen in hun kolonie. En dan opeens tussen twee helmkruinen door zie je de zee. Puur en helder. Absoluut niet zo als het cliché van de ansichtkaart. Maar wel met de obligate kleine viskotter vlakbij die garnalen vangt. En met zo’n verbleekt aangespoeld stuk tros tegen de kilometerpaal met zijn rode kop. Waarnaar je uithijgend kijkt terwijl je de zee ruikt en opeens weer weet dat straks je lippen zout smaken.


Zomer is een daglang naar de gietregen kijken. Naar de hortensia die er na uren voor buigt. Naar de kraai op een paaltje met zijn glimmende natte verenpak en de duif die druipnat koert in de kastanjeboom. Kijken ook hoe gaandeweg de houten tuinstoelen diepdonkerbruin kleuren en hoe er bij de linkerpoot van de picknicktafel een plasje ontstaat. En na al dat binnenblijven toch gaan voelen hoe de regen na een kwartiertje wandelen langzaam maar zeker je hals en rug langs sijpelt.


Ja, wat is de Hollandse zomer toch heerlijk - voor wie er oog, oor, neus en gevoel voor heeft!


                                                                                           ***

 


20 juli – 12.15 uur – hemelsblauw - 25 graden – zwaluwen – zomer!


Blote lijven

 

Zomerkleding. Halfblote lijven en deinende rollen. Zwabberende armen en buiken als biervaten. Spataderen en sloffende slippers. Kalknagels en dikke randen eelt.
Getverderrie, stop!

Stop? Iedereen praat of schrijft erover. Waarom zou ik dan mijn mond houden? Ik heb ook ogen in mijn hoofd. En behoefte aan schoonheid.
Reden waarom ik zelf ‘iets met mouwtjes’ draag. En een jurk of rok tot een stukje over de knie.


Al jaren geleden schafte ik me een afkledend, decent maar toch jeugdig ogend badpak aan. Logisch dat het peperduur was, want ook de kwaliteit liet niets te wensen over. Maar het zou vast mijn laatste blote aanschaf zijn, en dus de investering waard. Want na mijn zestigste zou ik me slechts bedekt in het openbaar vertonen. Dat laatste is maar deels waar. Ik zwem namelijk in dat badpak; ik bedoel letterlijk.


Op een haar na ben ik 63, en ik zit nu achter de pc in een vrolijk en vooral koel zomerrokje. Het komt tot net onder de knie. Ik kocht het ter vervanging van de korte broek. Zo’n ding staat leuk tot je 40ste. Daarna kun je het nog in eigen tuin dragen, mits die omgeven is door een manshoge heg. Je moet het definitief in de vuilnisbak gooien als je ziet dat hij stiekem, toen jij in de overgang was, aan zijn neiging gehoor is gaan geven om van voor tot achter in je kruis te kruipen.


‘Onzin,’ roepen veel mensen. ‘Ik ben wie ik ben en ik trek aan wat ik lekker vind. Ik schaam me niet voor mezelf, kom nou!’ Nou, dat moest je dan nu maar wel gaan doen, zou ik willen terugzeggen. Ik vind het bijna een maatschappelijke verplichting om je best te doen op je uiterlijk. Om het straatbeeld op te frissen. Je medemens te trakteren op een aantrekkelijker beeld van je natuurlijke zelf. Daarmee bedoel ik absoluut niet dat je als een filmster moet rondstappen. Maar dat je tevreden naar je spiegelbeeld knikt en denkt: dat is een goed verzorgde  mevrouw/meneer.


Ik kan me gewoon niet voorstellen dat iemand met ontblote deinende rollen en zwabberende armen  instemmend naar zichzelf knikt. Dat een vent zich niet geneert voor het buikbewijs van zijn vraat- of zuipzucht. Een vrouw waarderend kijkt naar haar eeltvoeten met bladderlaknagels. Mensen willen van nature een beetje mooier zijn dan ze zijn. Zoals alle dieren van de schepping zich opdoffen en oppoetsen om zich van hun beste kant te laten zien.


Het grappige is dat mensen die een partner zoeken zichzelf wel goed verzorgen. Het komt maar sporadisch voor dat dat niet het geval is. Dat vertelde me een relatiebemiddelaarster. Daardoor rijst de vraag of al die onsmakelijke typen soms al een partner hebben. Iemand die onder het eelt het zachte zieltje weet en onder de vetlaag het gouden hartje…. En die voor die ware liefde kennelijk niet beloond hoeft te worden. Nee! Nee toch!?


Eh...  het is nu 16u15... en ik kreeg net een foto van mezelf overhandigd. Ik merkte op die snikhete dag bij vrienden niet dat iemand fotografeerde. Een verzorgde mevrouw stond erop. Dat wel. Maar oud, joh. Echt zo'n 63er. Zo'n echte tante Bep.


Geschokt keek ik naar mezelf. 'Ik moet gauw gaan lijnen. En voortaan antirimpelcrème gebruiken,' zei ik bedrukt tegen mijn man. Hij keek me lief aan. Maar ik weet niet of het om mijn zachte zieltje of gouden hartje was... en ik durf het niet te vragen...


                                                                 ***

 

13 juli - 9.30 uur – halfbewolkt - 19 graden – de geur van natte aarde – zomer!


De zon scheen, de wind waaide, het carillon speelde. Maar bijna alle tafels op het terras van de Gouden Engel waren vrij. Er was net teveel schaduw en net teveel wind. Een paar kauwtjes struinden de tafeltjes af.
Toch ging ik er in de luwte van de gevel een wijntje drinken. Verderop zaten twee kwebbelende meiden te roken. Schuin voor me nam een vrouw een slokje van haar rosé. We lachten elkaar toe.
‘Wind!’ zei ze. ‘Fris!’ antwoordde ik.
Mijn wijn kwam. ‘Proost!’ zei ze, met haar glas geheven. Ze wees op haar tafel, op een enorme langwerpige schaal. ‘Tacochips met tomatensalsa. Krankzinnig veel. Wil je er ook wat?’
Ze stond op en hield me de schaal voor.
‘Lekker. Dank je wel.’
‘Kom anders aan mijn tafeltje zitten. Dan delen we. Het valt er best mee met de wind.’
Dat laatste was niet waar want even later waaide de tomatensalsa van haar chip. We hadden het net over de vlekken die dat vurige spul kan geven. Dat het maar goed was dat het geen witte broekenweer was.
Ze had geluk, de salsa stortte naast haar rode suède pump op de grond.

‘Leuke schoenen!’ riep ik uit. Ze wees op de pleisters op haar hielen. ‘Ik vind ze zelf nu een stuk minder leuk…’
Francis heette ze. Haar werkdag als stagebegeleidster zat erop. ‘Pfft! Nu eerst maar een roseetje, dacht ik.’

‘Met een knabbeltje in verband met de lege maag…’ vulde ik lachend aan. ‘Ik at daarom thuis een cracker. Met voorbedachten rade… ik werk thuis, weet je. Ik ben na een dag werken nieuwsgierig hoe het er intussen in de buitenwereld aan toe gaat. Dat zie je heel goed vanaf een terrasje…’


Het waaide wéér, en de wolken zeilden net te vaak langs de zon, toen ik een week later neerstreek op een ander nagenoeg leeg terras. Dat van Gusto, halfweg het zorgcentrum van mijn demente moeder en huis. Om af te kicken van een middag vol herhalingen. En in mijn hart om een koele droge witte wijn. Maar ja, alcohol en autorijden… Dus stond er even later thee voor mijn neus.
Er struinden kauwtjes rond. Verderop stonden twee mannen te roken. Schuin achter me zat een vrouw.  Ik dacht aan Francis en wist nog net het lege theezakje te grijpen voor het met de wind mee de wijde wereld in trok. Mijn blik kruiste die van de vrouw.
‘Harde wind,’ zei ze.
‘En fris,’ antwoordde ik met een blik op de wolken.
‘Ik kreeg er trek van,’ zei ze. Ze wees op een schaal op haar tafel. Een toren van blokjes oude kaas stak er bovenuit. ‘Maar dit is veel te veel. Lust je ook wat?’
‘Bij thee…?’ vroeg ik lachend.
‘Wie neemt er dan ook thee om deze tijd!’
Ik maakte het gebaar van autorijden.
‘Kom gezellig hier zitten,’ zei ze. ‘Dan neem je ook een paar slokjes van mijn wijn. Het is namelijk al mijn tweede…’
Noeschka heette ze. Ze had een vrije dag, en voor de avond een afspraak met een oude vriendin. Ze pufte uit van het strand en winkelen daarna. Ze wees naar haar zeegroene sandaaltjes. ‘Stom, geen kousjes aan, dus blaren. Maar wat doe jij hier?’
‘Ik kick even af na een middag bij mijn demente moeder. Dan kan ik er straks thuis weer tegen. Maar weet je wat leuk is?’

Ik vertelde over Francis en de tacochips.

Er hield een man halt voor het terras. Noeschka zag hem ook.

Ik dacht weer aan Francis, die had gezegd dat er thuis toch niemand op haar wachtte. De romanschrijfster in me stak de kop op.
‘Die Francis had die chips misschien beter aan een meneer kunnen aanbieden,’ zei ik zogenaamd peinzend. ‘Maar die was niet voor handen...’
Nouschka lachte. ‘Je moet ook maar durven.’
‘Je durfde het aan mij toch ook?’
Ze keek naar de kaas. De man naar een geschikt tafeltje. ‘Hap toe!’ fluisterde ik terwijl ik haastig opstond. Hoe het is afgelopen weet ik natuurlijk niet. Maar om dat toehappen moest ik later in de auto nog  lachen. 


                                                                      ***
 

 

8 juli - 15.30 – volop zon - 25 graden – ritselende bladeren – koerende duiven – zomer!

 

Wie komt er nu net de zomer is aangebroken met een opgefriste website aanzetten! Heel Nederland is met vakantie. De stukjes erop worden niet gelezen. Dus spaar je de moeite, Verlinden. Gooi de deur van je werkkamer achter je dicht, pak je strandlaken en duik de branding in.

 
Dat dacht ik daarnet even. En tegelijk dat het helemaal niet waar is dat heel Nederland met vakantie is. Ik ben in elk geval thuis, en met mij meer dorpsgenoten. Mijn buurman bijvoorbeeld, omdat hij hobbyboer is. Zijn schuinoverburen  omdat hun schatkist leeg is. Weer een paar huizen verderop is het Els die niet met vakantie gaat. Ze is invalide. Haar nicht haalt haar zo nu en dan voor een uitstapje. Die nicht heeft naar eigen zeggen geen behoefte aan vakantie. Omdat ze normaal al van elke dag een feest maakt.


Zo kan ik nog wel even doorgaan. En toch doet ‘men’ of iedereen weg is. De krant is dun en gaat over niks, net als de televisie en radio weinig te vertellen hebben. Bij sommige winkels sta je voor een dichte deur. Het schoolplein ligt verlaten. En alom zie je vrouwen andermans grijze of groene bak aan de weg zetten of andermans kat erin en er weer uit laten.

 
Ik vind het een heerlijke tijd. Ik schrijf, lekker thuis. Met de tuindeuren open. Met als achtergrondmuziek de geluidjes van mussen en mezen. Het vooruitzicht van een wijntje voor het avondeten in de tuin. En daarna een ijsje of een terrasje.


Vandaag leg ik de laatste hand aan deze website. De zomer schreed al vroeg in de ochtend in vol ornaat mijn werkkamer binnen. Logisch dat ik meteen wist wat het thema van deze stukjes wordt. Zomer natuurlijk! Kom op, mede-thuisblijvers, we gaan de komende weken lekker op onze manier van de zomer genieten!

                                                    

 

                                         ***                                                                

 

 Nog een column lezen? Op www.careforwomen.nl (dé site met specifieke gezondheidsinformatie voor vrouwen) kunt u "De column van Roos" vinden: een luchtige blik op de vaak verhitte overgang. Met nadruk op nieuwe kansen en een andere toekomst. Herkenning, een handreiking om uit de put te klimmen, en vooral om even lekker opgelucht te lachen.

 

Wil je reageren? Leuk!

Naam:
Telefoon:
E-mail:


Uw vraag of opmerking is:

 

Nieuwste Boek


"Zomervrouw"

Laatste Fragment


Want ze reed hier wel door het overlijden van een vrouw van wie ze het bestaan nooit had geweten....
Copyright by Roosverlinden.nl, 2005, all rights reserved, powered by www.tijdvooreensite.nl