Column 7 november 2011
Bijpraten vijf
Het zijn niet alleen de seizoenen die doorgang vinden. Achter je drukdoende rug om drijven er duizend-en-een dingen stoïcijns mee met de stroom van de dag. Stof blijft dwarrelen, kleren worden weer vuil, magen raken leeg en kranten blijven vallen op de deurmat.
Die kranten! Ik negeerde ze, maar zij mij niet. Hun koppen schreeuwden van belangrijkheid. Hun foto’s wentelden zich in de spotlights. En hun cartoons bleven in mijn hoofd doorzeuren omdat ik ze niet snapte. De actualiteit was aan me voorbij gegaan. Ik had geen tijd voor de krant, ik had wel wat anders te doen. Mijn hoofd was veel te druk met denken, mijn handen met ordenen en mijn gevoel met zichzelf.
Pas toen de wilde eenden aan het ruien waren, de jonge kieviten zich in proefvluchten formeerden voor de trek naar het zuiden en de spreeuwen vlierbessen roofden werd ik weer nieuwsgierig naar de wereld om me heen. Ik pakte het dagblad erbij en, geloof het of niet, ik voelde zelf dat mijn ogen groot van verbazing werden. Eurotop, Griekenland, Berlusconi en Rutte. Fraude, moord, leugens en achtervolgingen. Waar moest ik beginnen en moest ik er eigenlijk wat mee?
Op de wetenschapspagina stond een artikel dat ik wel kon volgen: yoga werkt gunstig bij rugklachten. De kookrubriek gaf een duidelijk recept: oud brood en veel groenten met kaas onder de gril. Terugbladerend waren er nog wat meer berichtjes die qua inhoud met mijn bevattingsvermogen strookten. Weliswaar geen wereldnieuws maar ik kon er wat mee en had er wat aan.
En opeens snapte ik helemaal wat er in de marketing en reklame bedoeld wordt met: what’s in it for me oftwel wat heb ik eraan. Waarom zou je over borduren lezen als je enige passie racefietsen is? Waarom zou je een boswandeling maken als alleen stadswalm je innerlijke rust geeft? En waarom zou je al de honderden blogs op internet lezen? Wat zit er in hun woordenvloed waar ik wat aan heb?
Spoorslags las ik mijn vier afleveringen van bijpraten door. En zag goddank dat er wel wat in staat dat mogelijk antwoord geeft op uw vraag what's in it for me.
Zo schreef ik dat mijn moeder zo dement als ze was genoot van het autoritje over de zomerse boulevard ook al eindigde het achter de gesloten van een verpleegafdeling. Ik benadrukte ook de deskundigheid, de warmte en de vrolijkheid van al die fantastische mensen die betaald en onbetaald werken in de zorg. En dat ik, maar ook u, op plekken als een lingerie- of brillenwinkel zomaar onverwachts een warm gesprekje kan hebben dat het hart lichter maakt.
Vooral hoop ik dat u iets heeft aan: ‘Vooral zei mijn zelfopgelegde nuchterheid mij rustig te blijven. Ik kon er door blijven nadenken, ademhalen, kijken naar de schoonheid van de zee, meeuwen volgen in hun vlucht, cappuccino drinken op een terras.’
Waarmee we bijgepraat zijn en het over andere dingen kunnen hebben - waar u vast wat aan heeft!