Strijken
20 februari 2012
Ik wil het over strijken hebben. Dat komt omdat je als schrijfster van mijn leeftijd boeken gaat lezen over veroudering. Over allerlei tragische dingen gaan die. Het onderwerp rimpels natuurlijk voorop. Maar ook over het sleetse binnenin het lichaam. Hoe we dat proces kunnen vertragen. En, vooral, dat we alles met een dankbaar hart, wijze inzichten en geheven hoofd moeten leren dragen.
Gelukkig, zeggen die boeken, zijn we tegenwoordig veel minder oud dan vroeger. Dat komt door onze materiële rijkdom, gezondheid en goede arbeidsomstandigheden. We sporten, eten gezond, lachen veel, doen aan cultuur en gaan op vakantie. Fantastisch allemaal, net als dat we ons laten adviseren over flatterende kleuren, kledingstijlen en kapsels. Die boeken staan dan ook bol van de tips om ons jong te houden.
Maar wat heeft dit nu in hemelsnaam met strijken te maken? Nou, meer dan u dacht. Want één ding: op deze leeftijd ongestreken rondlopen kan echt niet. Sorry, sorry, dat geldt ook voor de edele linnenkreuk. De bout erover! Nee, ook hoogzomerse zinderende hittegolven zijn geen excuus. Ik weet het, linnen is koel, katoen ademt en dat doen al die ontzettend slimme onkreukbare technoweefsels niet. Maar wij ouderen móéten gewoonweg onkreukbaar zijn. Het is niet anders.
Onafwendbaar komt het moment in je leven dat je moet kiezen tussen de bout of het technobloesje. Dat moment is exact te voorspellen. Het valt namelijk samen met het moment van diep innerlijk weten dat er voor jou qua rimpels geen weg meer terug is. Dat ze er zitten en blijven. Dat crèmes daar geen verandering in brengen. En omdat je op dat moment voor de spiegel staat, zie je opeens ook de overeenkomst van de kreukels in je bloes met die van je gezicht, hals en decolleté. Je bent en masse één kreukelzone. Het enige dat er nog gladgestreken kan worden is je bloes…
Daarom stond ik vanmorgen te strijken. Eerst de overhemden van mijn man, want voor mannen geldt de non-kreukwet net zo goed. Toen mijn shirtjes en bloesjes. Vervolgens onze broeken, ook al zijn die ver van ons gezicht af. Al doende realiseerde ik me dat de jonge generaties al op jeugdige leeftijd oud zullen ogen. Want welk jongmens strijkt z’n (overgens misgewassen goor gekleurde) kleding nog? Nou?
Laat nu precies zoiets essentieels als dit niet getipt worden in die verouderingsboeken! Daarom doe ik het. Dat mag in columns. Daar zijn ze voor. Je hoeft je niets aan te trekken van dingen als diepgang, wijsheid en bescheidenheid. En alle onderwerpen mogen. Grote kans dat ik volgende week over die gore was van tegenwoordig schrijf. Dat vind ik namelijk, en van mijn hart maak ik voorlopig geen moordkuil. Ha! Volgende week lekker weer zo’n kort stukje spits en uitdagend proza!