Aflevering 122 Oud en dik
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 10 maart 2010
Dinsdag 8 maart
Ik word te dik. Broeken snoeren, beha's knellen en zelfs sommige schoenen zitten vreemd strak. Sinds zaterdag doe ik elke dag buikspieroefeningen want mijn ooit platte buik wordt steeds ronder. Het is goed zichtbaar dat ik verouder. Opeens blubberen mijn bovenbenen. Ik moet echt mijn spieren aanspannen om een schim van mijn vroegere contouren terug te zien. Komt dit allemaal door het stoppen met roken?Nou werk ik toch zo aan mijn gezondheid, en nog word ik oud en dik…
Aflevering 121 Op stap!
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 9 maart 2010
Maandag 7 maart
Nu ben ik toch vrijdag in mijn eentje de hele dag met de auto op stap geweest! De hele dag aan mezelf overgeleverd. En dat op vele enge wegen. Het ging fantastisch, ik voelde me happy en had het echt naar mijn zin. Weer nergens last van. Terwijl ik vooraf toch zo nerveus was dat ik diverse hulpmiddelen mee moest. Zoals een geruststellend yogaboek, mijn eigen schriftje met troostende citaten, een boekje over stress, enkele versnaperingen tegen hypoglycaemie, een wegenkaart en de verrekijker.
Na een halfuurtje rijden getankt. Stel dat we zonder zouden komen te staan terwijl het verkeer langs raasde! En omdat we bij dat tankstation precies voor een toiletdeur stonden ben ik daar gaan plassen ook al vreesde ik enorme smerigheid. Niet alleen was het er schoon, het was ook lachen! Het was een kolossale ruimte met één wc-pot, een piepklein fonteintje en een belachelijk grote spiegel.
Ik maakte er een rondedansje en trok gekke bekken voor de spiegel. Ik moest trouwens wel nodig, het was best te merken dat een mens voor 95% uit water bestaat. Er leek tenminste geen einde aan te komen. Ik dronk na het tanken in de shop een bekertje hete chocolade. De zenuwen waren verdwenen. Door het raam kon je net twee sleepboten zien varen in een kanaal. Ze flonkerden in de zon. Het drong toen tot me door dat het schitterend weer was, wat ik eerder niet gezien had. Ik kreeg er steeds meer zin in. Stilletjes balde ik in mijn jackzak een overwinningsvuist.
Om het kort te houden vertel ik maar een paar dingen. Bijvoorbeeld dat ik onbetaald parkeerde en ook andere vrouwen daartoe aanzette. Ze volgden lachend mijn goede voorbeeld. Verder plaste ik onder de blote hemel in de struiken naast een parkeerplaatsje. Terwijl er verderop in het land een boer aan het werk was. Dat kon me mooi niets schelen. Niemand kende me hier toch.
Verder lunchte ik met patat met mayonaise en een kroket, en negeerde een eenrichtingsbord dat me belachelijk voorkwam.
Toen ik in een dorp op een kerkplein de benen weer eens strekte en daarbij langs het hek van het kerkhof liep, dacht ik aan het graf van Sijp. We bezochten het toen we met die vrienden op het eiland waren. 'Aardig dat jullie in die vreselijke kou toch even kwamen,' hoorde ik nu Sijp zeggen. 'Jammer dat ik jullie geen koffie kon aanbieden. Jullie hadden trouwens even die bladeren van mijn steen moeten vegen. Het is zo'n rot gezicht. Maar je blauwe druifjes hebben lang gestaan.'
Ik ben maar rustig blijven staan, daar bij dat hek. Iets in me zei dat ik er de tijd voor moest nemen. Verderop werd het pad geharkt. Het grind knarste. Ik dacht op een kalme manier aan Sijp, Ilja en Dineke. En ik zei tegen mezelf dat ik de controle over al die vage klachten van me maar eens moest loslaten. Dat ik het maar op zijn beloop moest laten.
Ik wist opeens heel zeker dat ik méér moest loslaten dan dat alleen. Het was alleen niets concreets. Het was iets zonder naam en vorm. Maar ik deed er vast goed aan om te accepteren dat het er was. Dat was beter. Dan hoefde ik me niet langer zo raar, zo wezenloos en zo onzeker te voelen.
Er was toen nog de weg huiswaarts te gaan.... En, wel hoor, even vloog het me aan toen het verkeer me dwong erg snel te rijden over een smalle, drukke tweebaansweg langs dichtbebouwde nieuwbouwwijk. Het zweet brak me opeens aan alle kanten uit. Maar het grappige was dat in mijn hoofd mijn eigen stem klonk die zei dat er niets aan de hand was. Dat het gewoon hoorde bij mij. Bij mijn gestel en bij dat onbekende in me. Even daarna was de hitte verdwenen.
Later thuis trakteerde mijn man op een etentje in het dorp. Ik vertelde natuurlijk honderduit. Opeens kwam hij er verschrikt tussendoor. ‘Ik heb je reservewiel niet in de kofferbak teruggelegd!’ Heeft Mevrouw Bang-voor-Alles heel die dag zonder rondgereden ...
Aflevering 120 Steeds hetzelfde liedje van vaagheid en zeuren
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 8 maart 2010
Donderdag 3 maart
Het is 16.30, de regen klettert op het dakraam en de wind wakkert aan. Het weerbericht is slecht, er komen sneeuw-, hagel- en onweersbuien. Afijn, hier is het gezellig met brandende waxinelichtjes en Klaasje over de vloer.
Net als gisteren in dit journaal zitten lezen, zonder veel nieuwe klachten te vinden. Het is steeds hetzelfde liedje van vaagheid en zeuren.
Verder twee columns bijgeschaafd, geprint en verzonden.
Voorts, want we houden het kort vandaag, was Mijnie er, wandelde ik over de grasdijk en zag daar de eerste witte kwikstaart vliegen. Ik genoot van de kieviten en scholeksters, deed boodschappen in het dorp en was zo bepaald een actieve vrouw - van zekere leeftijd, nietwaar.
Nu ga ik groentesoep maken, gisteren al de bouillon ervoor getrokken. En en een borrel drinken.
Aflevering 119 Twee dingen die me aan het hart gaan
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 4 maart 2010
Woensdag 2 maart
Golfjes haasten zich door de sloot. De elzenkatjes wippen bedrijvig op en neer. En verder is er grijs, grijs, grijs en regen op deze dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Ik stemde Polderbelangen. Ze zijn het minst zijwindgevoelig en fel tegen de aanleg van een snelweg door de polder.
Diep beschaamd moet ik zeggen de politiek verder dan dat niet te volgen. Het is walgelijk dat er in deze fase van mijn leven maar twee dingen zijn die me aan het hart gaan: ik en mijn leven. Afgrijselijk. Vooral als je die vage klachten opgesomd ziet staan – en dan ben ik nog maar tot november gekomen…
Kom op, kop op, vooruit met de geit, zet door, er zal een happy end komen, want daarvoor doe je het toch allemaal?
Aflevering 118 Dat is de vraag: wat is er met me aan de hand?
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 3 maart 2010
Dinsdag 1 maart
Ziek ben ik niet meer, maar er zijn nu korsten van koortsuitslag op mijn lippen. Belangrijker is dat ik gisteren kieviten, één grutto en scholeksters zag, en een leeuwerik hoorde. Het is voorjaar! Bis, bis, bis. De sloot heeft nog slechts zomen van ijs, er hangen dikke druppels aan de els en de aarde ziet zwart van het water.
Twee bonte spechten zijn er in de tuin. De een hakt aan het vlieggat van een château, de ander antwoordt onzichtbaar uit de begroeiing. Verder dansen twee vrouwtjes fazanten onder de vetbollen. Af en toe is het raak. De gaaien komen elke dag poolshoogte nemen en vliegen met doppinda's weg.
Het wemelt van de kool- en pimpelmezen, de vinken, hegge- en ringmussen, spreeuwen, merels en kramsvogels. Roodborsten zingen tegen elkaar op en ook de winterkoninkjes en merels doen dat. Het is een hele opsomming, maar werkelijkheid.
Over opsomming gesproken, vanmiddag ga ik alle vage klachten uit dit journaal op een rij zetten. Ik nam het me al voor toen ik er laatst in zat te neuzen. Het moet nu maar eens gebeuren. We zitten op driekwart van het jaar dat ik me toebedeelde om de vraag te beantwoorden: “wat er is er met me aan de hand?”
Aflevering 117 Hou moed
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 2 maart 2010
Woensdag 23 februari
Klaasje ligt dik en vet te maffen tegen een wiel van mijn bureaustoel. Als ik hem wegleg, krabbelt hij weer terug. Tegen het wieltje wil hij, punt uit. Ik zit hier dus weer allervoorzichtigst. Het lijkt daardoor alsof de elzenkatjes nog soepeler en relaxeter dansen in de wind.
Zouden ze weten dat er zich op de oceaan een lage druk gebied ontwikkelt? Dat wens ik alle goeds toe. Wat heb ik een godsgruwelijke hekel aan de winter. Ik haat het sneeuwlaagje dat de ware aard van het landschap verhult. Ik hou niet van maskers, vermommingen en gekunsteldheid. En helemaal niet van het glibberige en gladde.
Vrijwel meteen bij de eerste stappen in de sneeuw ga ik onderuit. En halfhoge profielstappers geven me de loden tred van een gevangene. En een coltrui het gevoel te stikken. Een licht gevoel in mijn hoofd is het gevolg, duizeligheid zelfs.
Hou moed. Het dooit inderdaad. Tergend langzaam, maar ontegenzeggelijk. In het weiland zag ik door de verrekijker wulpen. Ik ga nog niet naar buiten, mijn keel is dik en er zitten vreemde vlekken op. Slikken gaat moeilijk en de blaren maken dat ik niets proef van het eten. Evengoed de bovenverdieping gestofzuigd, waarvoor gestraft met duizeligheid en een wit, zweterig gezicht.
En dromen! Zo hield ik een redevoering voor medisch specialisten. Daarvoor had ik toestemming gekregen van mijn ex- mits ik met hem wilde hertrouwen. Het thema van mijn redevoering was zijn lafheid. Jammer genoeg werd ik wakker na de openingszin.
Natuurlijk moest ik ook weer eens zonder enige voorbereiding examen doen,. Gelukkig moest een andere vrouw dat ook. We besloten samen te doen (?). Dat is een hele vooruitgang, want meestal ben ik de enige onvoorbereide in een hecht gezelschap van vrolijke, met kennis gewapende anderen.
Voor het schrijven van een column ben ik toch net te ziek. Of er watten in plaats van hersenen in mijn hoofd zitten. Ik ga dit journaal maar eens teruglezen. Wie weet ontdek ik er eindelijk een rode draad in.
Aflevering 116 Nerveus door de overgang?
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 24 februari 2010
Dinsdag 22 februari
Alles is stijf bevroren. Het ziet er vreselijk uit. In mijn sigarenkistje is het gelukkig behaaglijk, met waxinelichtjes brandend voor de gezelligheid. Ik had niet gedacht vandaag te zullen schrijven. Ik ben gisteren met keelpijn, koortsuitslag en blaren in mijn mond teruggekomen van het lang geleden besproken weekend met vrienden.
Daarom vanmorgen maar uitgeslapen, lekker lang gedoucht en mijn nieuwe marineblauwe trui aangetrokken. Nu is het prettig om weer thuis te zijn. Zijn korte vakanties wel zo zinnig? Het sjouwen, behelpen, misgrijpen, improviseren, weegt maar nauwelijks op tegen de geneugten.
Het was er gruwelijk koud. Een oostenstorm gierde over het eiland. Er was kruiend ijs. Rotganzen en smienten scholen in groepen van duizenden. Wandelen moest je als dik opgepropte maanman. Spontaan iets leuks doen kon je wel vergeten. Eerst moest je zestien lagen kleding aantrekken. En overwegen of het met dit weer wel verantwoord was.
Van de weeromstuit maakten we gevieren autoritjes (wat gruwelijk bejaard). Bijvoorbeeld naar de waddendijk om te kijken naar de immense leegte van het bevroren wad en het gedoe van de enorme vluchten vogels.
Die vrienden zijn bangelijke mensen. Weinig sportief ook, waardoor ik een echte stoere Hollandse meid was. Geen keer ergens last van. Niet van hitteaanvallen, niet van hartkloppingen, niet van duizelingen. Geen pijntje aan de lucht. Achterin de auto bekende die vriendin dat ze zomaar zo nerveus kon zijn. Iets waar ze vroeger nooit last van had. Een kennis had gezegd dat het wel eens de overgang kon zijn. Ik heb niets gezegd. Nerveus door de overgang? Dat is nieuw voor mij.
Aflevering 115 Iets leuks gaan doen
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 23 februari 2010
Donderdag 17 februari
Gisteren stond er in mijn agenda dat ik 's middags iets leuks moest gaan doen. Ik ben maar naar de stad gegaan, voor wat kleren. Mijn autootje maakte een raar geluid, dat me tobberig maakte. Ontploft straks de carburateur? Zit er een scheur in een cilinder? Vliegen we dadelijk in brand? Of kwam het doordat het reservewiel - mijn man verwisselde gisteren een wiel vanwege een lekke band, gelukkig bij huis gekregen - dus doordat het reservewiel niet op de goede spanning was?
Enfin, ik zette door. De ervaring leert immers dat ik mezelf anders verwijt dat het onbewuste angst voor de snelweg is waardoor ik terugga. Tobbende voort reden we al de stad binnen. Wéér geen last van de oude angst, ondanks het tobben…
In de stad zag ik een leuke trui. Marineblauw, met een elegante v-hals en schoudervullingen en tot over de heup, dus afkledend, en niet duur. Ik kocht hem. Op de terugweg vond ik het bijgeluid toch wel erg. Bij huis opende ik de motorkap. Het raadsel opgelost. Het reservewiel ontbrak, dus werd het motorgeluid niet gedempt ....
Aflevering 114 Klop, klop, een schouderklop
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 18 februari 2010
Woensdag 16 februari
Gezond winterweer – zeggen ze. Vorst, zon, droog. Uit allerlei hoeken en gaten zijn mensjes te voorschijn gekomen. Of beter gezegd, uit hun auto's. Want het zijn stedelingen in nadrukkelijk vrolijke winterpakjes. Met supersonisch snelle schaatsen. En minachting voor ons, stomme boeren.
Ze parkeren waar het hun uitkomt. Ook op de inrit van een boerenerf. Onze buurman stond hoofdschuddend naast zijn auto. Gewoon in zijn overall. Want boeren dragen tijdens hun 24-uurs buitenverblijf geen high tech wintersportpakjes. Boeren verregenen, versneeuwen en verwaaien gewoon.
Die arrogantie irriteert me mateloos. Die verwende rotlui gedragen zich alsof ze in een pretpark zijn! Ze moeten van mijn polder afblijven. Of bewijzen hem een goed hart toe te dragen door er, weer of geen weer, met bescheiden stap, ingehouden adem en bewonderende blikken rond te wandelen.
Maar die op eigendunk gerichte bellenblazers die in groepsverband verstilde winterdagen luidkeels verbrallen, ik zou ze het liefst vanuit de dekking van de elzenbosjes in een heksenjurk op mijn bezemsteel een hartstilstand bezorgen.
En dan is het vandaag ook nog de Dag van de Leeuwerik. Voor de zekerheid ging ik al vroeg kijken op de grasdijk. Afwijzend grauw was het er in het ochtendlicht. Er lag een dood schaap. En verderop nog een. De dijk was keihard, de vorst zit diep in de grond. Ik hoorde er wulpen en mezen. Om teleurstellingen te voorkomen spitste ik maar niet mijn oren naar leeuwerikzang.
Extra strooivoer moeten kopen. Drie Vlaamse gaaien zijn er nu. In de vlucht zien ze er wat poenig uit met hun ordinaire snavels. Ze durven nu op de grond onder het snoer de pindadoppen open te bikken. Ze doen een beetje baldadig. Vast door de zenuwen, want ze verwachten afstraffingen door eksters, kauwen en kraaien. Ze staan laag in de rangorde van de kraaiachtigen, las ik. Underbirds, dus.
Ze doen eigenlijk een beetje zoals een vrouw en ik, vanmorgen bij de groenteboer. Die mevrouw was aan de beurt. Ze bestelde het een en ander en tenslotte ook mandarijnen. Ze zei dat er van de veertien van laatst vijf verrot waren. Het winkelmeisje reageerde niet. Ze keek strak naar de weefschaal. Vulde een zak met mandarijnen. Sloeg het bedrag aan op de kassa. Die mevrouw betaalde braaf, maar ik zag haar slikken.
Let nu op!
'Mag ik misschien vragen hoe u dat nu oplost?' vroeg ik rustig en vriendelijk aan het winkelmeisje. 'Ja,' viel die mevrouw in, 'want ik heb die rotte niet mee willen nemen, voor het bewijs.' 'U zal daar ook gek zijn om met verrotte mandarijnen op stap te gaan,' zei ik. 'Daarom,' vervolgde ik tegen het meisje, 'ben ik benieuwd hoe u dit aanpakt.'
'Ik heb er vijf extra ingedaan,' antwoordde ze. 'Voortreffelijk,' zei ik. 'Hartstikke goed. Kijk, want nu weet je als klant hoe het werkt. Toch?'
Let nogmaals op!
Buiten laadde ik mijn boodschap, tien kilo aardappelen, het lijkt wel de hongerwinter, in de achterbak. Die mevrouw kwam met haar fiets naast me staan. 'Bedankt,' zei ze. 'Ik was vastbesloten om te klagen. Maar toen het zover was vond ik het gek. Ik had al gekeken of er geen andere mensen stonden. Ik had u niet gezien, anders had ik het niet gedurfd. En ik dacht al, nou ja, pech gehad, toen ze helemaal niet reageerde.'
Toen ze weg was gaf ik mezelf een schouderklop. Klop, klop, deed ik. Bij het wegrijden zag ik een paar vrouwen van de yoga uitbundig wuiven. Ik groette gauw vrolijk terug. Pas thuis begreep ik hun uitbundigheid. Ik reed met de achterklep omhoog, als een echte hobbeldebobbel hongerwinter aardappelboer.
Als ik goed luister naar mijn binnenste (wat ik net deed omdat het er opeens zo vreemd was) kan ik het niet anders zeggen dan dat het voelt alsof de boel daar wordt herschikt. Net als wanneer ik winter en zomerkleding in de kast verwissel, en er op een bepaald moment op een plank naast dikke truien kortstondig ook zomerhemdjes liggen. Zeg dat maar eens tegen je huisarts. 'Dokter, ik voel me vanbinnen als een kast met dikke truien naast zomerhemdjes.'
Aflevering 113 Verklaart hij u voor gezond, aanvaard dat dan.
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 17 februari 2010
Dinsdag 15 februari
En wel hoor, één dag voor de eerste leeuwerik te horen zou kunnen zijn is de temperatuur treiterziek ver onder nul weggekropen, de knoertharde oostenwind aan zijn kwade luim overlatend.
Vogels van allerlei chaotisch verwaaide pluimage panieken rondom de voedervilla. Het land ziet grijs van de vorst. De wilgenkatjes zijn van de takken afgevroren en stuiven in het rond. De schapen trekken in één dicht aaneengesloten kudde voor de wind weg. Verbleekt van schrik kijkt de zon toe.
Mezelf bijeengepakt. Gedwongen om kordaat te zijn. Strooivoer aangeschaft bij het tuincentrum. En geen gezeur, zes bloeiende plantjes voor wat vrolijkheid op tafel. Van de weeromstuit via het engste deel van de snelweg terug. Let wel, het engste deel in mijn beleving. Maar in werkelijkheid lag er een prachtige, gortdroge brede en verlaten weg voor me. Voorsorteren is zo natuurlijk geen enkel probleem, dus ik stoof van de rechterrijstrook via midden en links het meest linker voorsorteervak op. Aan het eind ervan sprong het verkeerslicht op groen. Ongeremd sloeg ik de weg naar huis in.
Geen centje pijn, terwijl het op die plek een hel kan zijn! Met dit rampzalige winterweer! Ik snap er niets van. Waar is die angst die ik had toch vandaan gekomen? Het zweet brak me er toch uit? Mijn hart bonkte er als een scheepsdiesel. En niet alleen daar. Het kan niets met de overgang te maken hebben, want ik ben steeds weer keurig op tijd ongesteld. Het enige dat misschien anders is, is dat het een dag korter duurt dan vroeger.
Intussen met thee in het sigarenkistje. Wat gesnuffeld in mijn boeken. In een mensenleven zijn er zo van die perioden waarin het niet van een leien dakje gaat. Als u veel piekert, levert dat extra spanning op. Dat weer geeft lichamelijke sensaties, waarover u zich ook weer zorgen kunt maken. Het eind raakt zoek! Door het lichamelijke los te koppelen van de zorgen, doorbreekt u die vicieuze cirkel. Maar u bent bang iets onder de leden te hebben? Laat u dan onderzoeken door uw huisarts. Verklaart hij u voor gezond, aanvaard dat dan.
Een wijs woord. Enfin, eerst maar een artikeltjes schrijven. Gelukkig is er opeens volop werk aan de winkel. Drie opdrachten!
Laat er nu een Vlaamse gaai op de vensterbank zitten. Hij staat prachtig afgetekend tegen het licht. Een kokkerd van een snavel, zeg! Schichtig is hij ook. Nu vliegt hij weg. Daar is ie weer. Met een bonk geland in de vensterbank. Aha, hij vliegt steeds naar de klimop en vandaar naar het pindasnoer. Hij rooft een pinda en verorbert die nu in mijn vensterbank. Een wit keppeltje draagt hij, met ragfijne zwarte streepjes. Zijn pak is lichtbruin, met zijpanden in het prachtigste blauw dat je je kunt denken. Zou zoiets mij ook staan?
22.30 Vanmiddag twee artikelen geschreven, en daarstraks de derde! Ik reken me rijk.
Aflevering 112 Hoe hou je een glimlach tegen?
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 16 februari 2010
Maandag 14 februari
Zucht. Mijn gezicht is oud en vlezig in dit lage winterlicht. Wallen onder mijn ogen en een kalkoenhals. Mijn haar is grauw en op een onmogelijke lengte. Het liefst gooide ik mezelf weg en kocht ik een nieuwe. Ik moet een kleur- en kledingstijladvies. Dan word ik eindelijk een mooi, modieus type. Dat zich toch gewoon doodongelukkig voelt, dat weet ik zelf ook wel, dat hoef je mij niet te vertellen.
Er kijkt een koolmees vanaf de vensterbank naar binnen. Hoe hou je een glimlach tegen? Wat een perfect pak draagt hij. Modieus en flatterend van kleur. Dat koolzwarte van zijn kap en stropdas, dat bescheiden geel en frisgewassen wit. Zal ik zijn voorbeeld volgen?
Verder is het hartstikke koud: -5°C bij windkracht 7 uit het oosten. Terwijl ik op voorjaar wacht... Mijn man timmerde zaterdag alvast een zogenaamd bouwwerfje voor de vogels. Een kistje is het met gaas ervoor, waarin houtwol, hooi en pluizen uit de wasdroger. Materiaal dus om nesten mee te bouwen. Het werfje hangt onder de luifel van de schuur.
Een dag later maakten we inderhaast vetbollen, zodat de vogels zich nog voor zonsondergang met calorierijk voedsel konden vol eten. Ik smeerde zelfs pindakaas op de bast van de zwarte els voor spechten en boomkruipers.
Nu jagen over het ijs op de sloot dorre bladeren, elzenkatjes en takjes voort in de stormachtige oostenwind en waterige zon. De veertjes van de vogels waaien binnenste buiten. De kleur is uit de weilanden weggetrokken. Toch kun je nog zien dat het voorjaar aan het worden was. Die elzenkatjes zijn groen…
Het lokt niet aan om een wandeling te maken.
Vannacht droomde ik dat ik met mijn autootje op een aanlegsteiger voor boten stond. Bij het uitstappen liet ik de contactsleutel vallen. Die verdween in slow motion - precies tussen twee planken door. Je hoorde een geaffecteerd plonsje. Ik wist meteen een paar oplossingen voor het probleem. Maar iedereen die daarbij behulpzaam kon zijn, keek steeds de andere kant op. Hoe het afliep weet ik niet.
Aflevering 111 Dit is een vrouwenleven
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 15 februari 2010
Vrijdag 11 februari
Om 10 uur, toen de kamer de vrijdagse opknapbeurt had gehad, reed ik naar het dorp voor de inkopen voor een etentje 's avonds. Twee artikelen waren daar niet verkrijgbaar. De grote champignons, die moesten worden gevuld en gegratineerd als voorafje. En de walnoten die gepeld en gehakt door de dikke honingkwark moesten.
Ik gaf mijn autootje de sporen en galoppeerde naar de stad. 't Lukte er met de paddestoelen en de walnoten. Ik kocht ook nog blauwe en witte druiven voor 't mooie. Helaas voor te veel geld te ver weg geparkeerd, bang dat er dichterbij geen plek zou zijn…
Thuis haastig koffie gedronken en het schort voorgebonden. Eerst de Griekse stoofschotel van rundvlees. Die moet úren de tijd hebben om lekker te worden. Dat werd dus uien snipperen, knoflook persen, vlees in blokjes snijden, aanbraden, wijn, tomaten en kruiden toevoegen.
Daarna de champignons. Ontstelen, stelen hakken, weer uien snipperen en knoflook persen. Vulling in hoedjes lepelen, kaas brokkelen, tomaten ontvellen en aubergines en courgettes in plakjes.
Volgende serie. Sla plukken, wassen, in koelkastdoos opbergen. Slasaus maken. Kwark met zure room en honing kloppen. Walnoten kraken, pellen en hakken. Rijst afwegen, water afmeten. Stokbrood afbakken.
Wát beuzelpraat?!! Het kost 2,5 uur van je leven. Voor één etentje. Dit is een vrouwenleven.
Toen bleken bier en wijn op. Er was ook niets lekkers voor bij de koffie. De deur weer uit.
Daarna trakteerde ik mezelf op een wandeling. De zon brak door. Knotwilgen stonden fotogeniek te wachten. Mijn wangen werden lekker koud. De druppels uit mijn neus liet ik als een echt oud wijf lopen. De gedachte nog even in het sigarenkistje te kunnen schrijven, beurde me verder op.
Nu is het tijd om me te verkleden. Maar wat moet ik aan?
Aflevering 110 Wijsneus
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 12 februari 2010
Donderdag 10 februari
Het is 14 uur en gezellig in mijn sigarenkistje. Klaasje ligt te maffen naast de wielen van mijn bureaustoel. Prettige plek! In de sloot haasten zich zilveren golfjes voorbij. Het is best lekker weer met zonnige perioden, zoals dat heet. Af en toe valt er een milde winterse bui. Het schijnt vanaf nu kouder en kouder te gaan worden. Ik wil het niet geloven.
Ik heb de schijn van optimisme maar weer opgebouwd. Dit keer met een blauwe panty, een olijfgroen jeansrokje en een lange blauwe coltrui. Mijn haar heb ik opgestoken. Zo sloom, zo grauw, zo slap is het. Moet het voortaan kort? Of met een permanent volumineuzer? Of vrolijker met een kleurtje erin? Nee, driewerf nee. Ik moet dankbaar zijn met wat ik heb. Bij Dineke wil zelfs geen nesthaar groeien.
Vanbinnen ben ik niet vrolijk. Ook niet tevreden, terwijl ik vanmorgen na een lange wandeling zonder kleerscheuren een massa kilometers op de snelweg reed. Zonder hartkloppingen dus, en zonder dat het zweet me uitbrak. Ik ben er gewoon niet meer bang. Alle reden tot vreugde, maar nee, en dat komt door een kranteninterview met een gedragstherapeut.
Een fobie, zegt die therapeut, kan best overgaan maar dat dan komt er vaak iets anders voor in de plaats. Ik schrok me rot en moet er steeds aan denken. Ook vanmorgen tijdens het rondje molen. Zoals gezegd werd ik niet bang. Maar wel somber. Wat is er nu voor me in petto?
Ook moest ik terugdenken aan gisteravond. Toen dronken we onverwacht een borreltje bij vrienden in de stad. Die twee kregen toch een ruzie! Gênant om getuige te zijn. Van dik hout zaagt men planken! Woedend waren die twee. We wilden al vertrekken, maar dat mocht per se niet.
Hij zei dat zij de laatste tijd om het minste of geringste ruzie maakte. Dat ze meteen haar stekels uitzette. En zij zei dat hij er niets van begreep. Dat ze zich rot voelde en dat de tranen steeds uit haar kop knalden. Of hij het dat zo gemakkelijk had, vroeg hij. Wij zaten er opgelaten bij.
Opeens zei ik tegen hem dat hij eens wat rekening met haar leeftijd moest houden. Ze is bijna 50. 'Reageer eens wat gemoedelijker. Wat dacht je wat er met een vrouw gebeurt op deze leeftijd met al die hormonen?'
Moet je mij horen. Wijsneus.
Aflevering 109 Dames en heren van Nederland!
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 11 februari 2010
Woensdag 9 februari
Het is al 15 uur. Van 9 tot 11.30 een bijzonder welkome spoedklus gedaan, een tekst herschrijven. Leve de fax, en de rekening ligt klaar voor de post. Daarna aan de huishouding. De hele bovenverdieping gestoft en gezogen en de badkamer gesopt. Luidkeels: Dames en heren van Nederland! Komt dat zien, hier is de schoonste badkamer… et cetera.
Twee zeer magere volkoren boterhammen gegeten, u weet wel waarom, en stevig gewandeld. Vannacht regende het langdurig, maar vanmiddag brak de zon door. Ver weg vloog een formatie scholeksters! Ik juichte, maar ze raceten mij en mijn geliefde polder voorbij, op dezelfde manier als ik eens voorbij geracet werd door een hofauto met de koningin.
Al wandelend wist ik opeens hoe ik de gemoedsgesteldheid kan beschrijven waarin ik me zovaak bevind. Het is als het kijken door de zoeker van een, intussen ouderwetse, spiegelreflexcamera. Bij mijn toestel (datgene dat ik stom genoeg op een terrastafeltje liet liggen en natuurlijk nooit meer terugkreeg) zag je aan de zijkant van het zoekerbeeld een in tweeën verdeeld cirkeltje.
Als de afstand niet goed was ingesteld, stonden bovenste en onderste helft verschoven ten opzichte van elkaar. Door aan de afstandsring van de lens te draaien verschoven de helften. Je draaide voor een scherpe foto net zo lang tot de twee helften naadloos op elkaar pasten.
Nou, precies zo verschoven van elkaar sta ik vaak afgesteld. Hartstikke logisch dat ik me dan raar voel en aan mijn afstandsring wil draaien door afleiding, lichamelijke arbeid en dergelijke.
Soms heb ik het gevoel dat ik steeds maar een anker voor me uit in het water moet gooien om me naar een betere plek in mijn gemoedsgesteldheid te kunnen trekken. Bekaf wordt een mens ervan, maar het helpt wel.
Aflevering 108 Laat je eens gaan!
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 10 februari 2010
Dinsdag 8 februari
Om 10.30 trok de mist op en kleedde de hemel zich in wolkeloos blauw. Meteen aan de wandel gegaan. Want bij het strooien van vogelvoer in de tuin, leek ik in de verte scholeksters te horen. Wat wilde ik ze graag zien! 's Winters zijn ze hier namelijk niet. Ze overwinteren in de duinen, of op het wad of het strand. Nog zie ik de eerste van vorig jaar zitten. Aan de slootkant, in de zon. Zo'n stoere bink in z'n witzwarte pak en met z'n rode dolksnavel en rode poten.
Helaas was er geen scholekster te bekennen. Wel zongen er mezen in de elzenbosjes. En op de daken in het dorp kwetterden en tsjilpten spreeuwen en mussen in het zonnetje.
Weer geen opdrachten. Niets te verdienen.
Wees jezelf. Praat over je zielenroerselen. Schrijf ze op als je vindt dat je er een ander niet mee mag vermoeien. Vertel mij wat.
Even naar de stad weggeweest. Genoten van het landschap. En van een groepje mediterrane vrouwen bij de supermarkt. Ze stonden in de zon te kwetteren als de spreeuwen vanmorgen op de daken in het dorp. Ze namen alle tijd. Zij wel…! Toen ik dat besefte, bleef ik bij de bloemenstal staan om langer van ze te genieten. En… ik kocht narcissen.
In de supermarkt was het druk bij de broodafdeling. Ik probeerde net zo relaxed te doen als twee babbelende oude dames. Want eigenlijk suisde het nogal in mijn oren en had ik het erg warm. Ik dacht aan de yogales en 'hief mijn borstbeen en strekte mijn kruintje omhoog in de lucht'. Het was voor het eerst dat ik dat in zo'n situatie durfde. Dat ik het niet gek vond om te doen. Het voelde heel goed. Er kwam meer ruimte in me. Ik stond erbij alsof ik de winnaar was.
Wat lokt het voorjaar! De sloot ziet blauw, de elzenkatjes wiegen, er spatten vonkjes zonlicht van het gras. Het is 15.30. Zal ik gaan fietsen? Of weer een stukje wandelen? Of zelfs joggen?
Dat durf ik niet goed, vanwege die hartkloppingen. En het is ook gek als je eigenlijk hoort te werken.
Mens, laat je toch gaan. Wees niet zo geremd en ingehouden. Loop je poten eens uit je reet. Hijg en zweet. En doe niet zo belachelijk voorzichtig.
Aflevering 107 Leesbril
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 9 februari 2010
Maandag 7 februari
Jippie, een opdracht! Een artikeltje over tuinvogels. Het moet vandaag de deur uit. Daarom kort wat er tussen donderdagavond en nu is voorgevallen.
Donderdagavond yoga. Oefeningen voor de schouders, waar ik geen donder van terecht breng. Het zit hartstikke vast. We bleven na afloop met een groepje in de dorpsstraat staan praten. Het regende en waaide. De lantaarns zwaaiden heen en weer. Onze capuchons klapperden.
Ons gesprek was rustig. We namen de tijd. Bevreemdend, eigenlijk, voor drukbezette mensen.
We luisterden naar de tien slagen van de kerkklok en hoorden de wind om de gevels fluiten. Is die rust het gevolg van de oefeningen? Want anders zou ik toch van de combinatie 'staan' en 'praten met onbekenden' duizelig geworden zijn?
Vrijdag moest ik naar de stad. Eindelijk was de leesbril klaar. Ik wilde meteen een orthopedisch hoofdkussen kopen. De yogajuf adviseerde dat bij een stijve nek en schouders. Gezellige boodschappen, maar wel voor oude van dagen. In combinatie met de gierende motregen lag er een prachtkans om voor de rest van je leven depressief te worden.
Ik was gespannen. Bij de afslag naar het centrum bonkte mijn hartslag door mijn slapen en polsen. Onwillekeurig waren mijn buikspieren snaarstrak gaan staan. Toen het licht op groen sprong, werd ik van top tot teen warm. Een opvlieger? Net toen ik de prop uit mijn keel zat weg te werken begonnen de auto's voor me te remmen. In één tel schoot het bloed door mijn hoofd heen, en weer brak het zweet me uit.
Traag kroop de rij voorliggers voort. Toen zag ik het. Rechts, naast het fietspad, lag een zee van bloemen. Daarbovenuit stak een grof houten kruis. Er stond een bord met 'hier werd Nina (19) doodgereden door discogangers'. De adrenaline spoot door mijn lijf. Via mijn kaken, nek en slapen zwol ik op tot één brok vluchtdrang. Tegelijk schaamde ik me diep, want dat meisje is dood. En ik heb het weer overleefd.
Zondag samen met mijn man een lange wandeling door de polder gemaakt naar een pannenkoekenhuis. Volgens mij zagen we er niet jong uit, zoals we daar liepen. Meer een vuttend echtpaar. Het was zonnig en voorjaarsachtig. Intussen gediscussieerd over de verschillen tussen assertief, egoïstisch, onbeschoft, zelfbewust en arrogant.
Aflevering 106 Mezelf verloochenen
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 8 februari 2010
Na de sloverige kleren die horen bij soppen en boenen met Mijnie, nu in schoongewassen jeans. Mét zelfs oorbellen, ketting en pittig opgestoken haar. Ik kan mezelf weer in de spiegel ontmoeten zonder de moed te verliezen.
Toen we koffiedronken was het weer zover. Tikje spastisch in de spieren, halsstarrige nek, duizelig en wazig zien. Tegenover Mijnie moet ik me natuurlijk goed houden. Ze is ouder dan ik. Maar gezien haar afkomst wil ik haar niet over de overgang vragen. Soms loopt ze met een hoogrood hoofd. Maar, nee, ik respecteer haar privacy.
Ik poetste meer dan ik gedaan zou hebben als ze er niet was geweest. Het kookboekenkastje in de keuken is nu bijvoorbeeld smetteloos. Tamelijk overdreven eigenlijk, maar ja. Alle voorraadpotten in de vensterbank zijn ook afgewassen. In mijn hart vind ik dat flauwekul. Maar Mijnie stelde het voor. Op de een of andere manier gebeurt het me dan dat ik haar gelijk geef - en mezelf dus verloochen.
Terwijl ik gisteren zo groot was, voelde ik me toen ze weg was weer benepen en klein. Terwijl ik nota bene degene ben die haar steeds vaardiger maakt in het Nederlands. Hé… zal ik onder dat motto de Nederlandse woorden met haar doornemen die te maken hebben met de overgang?
Aflevering 105 Terug van weggeweest
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 4 februari 2010
Eigenlijk moet je nu alles aan je laars lappen en de polder intrekken. De zon schijnt met overgave. Het winterkoninkje gaf een aria ten beste. Alles ziet er zo mooi uit dat je een duffe kluns bent als je binnen blijft. Helemaal als je je raam met triplex afdekt omdat je de zon niet in het water kunt zien schijnen. Nou ja, de flikkering niet in je beeldscherm wilt hebben.
Maar ik heb geen recht van spreken meer. Ik wandelde al over de grasdijk. Kocht al etenswaren. In die markthallen bij de stad, waar ik laatst voor het eerst was.
Zo rustig als deze mevrouw alles liep te bekijken in haar jeans met inktblauwe trui, op juchtleren laarsjes! Ze winkelde of ze jarenlang in het buitenland had gewoond en nieuwsgierig inventariseerde wat markthallen in Holland tegenwoordig allemaal te bieden hebben.
Terug van weggeweest… Daar lijkt het vandaag op. Hoe dat kan is me een raadsel. Maar wat is het een rijkdom om, zonder er moeite voor te doen, ontspannen te zijn. Om als vanzelfsprekend ruimte om je heen te voelen. Alles binnenin me was harmonisch en werkte vlekkeloos samen. Want echt, ik deed er niets voor. Het was gewoon allemaal uit zichzelf oké.
Aflevering 104 Een ijdele uitspraak
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 3 februari 2010
Dinsdag 1 februari
Vanmorgen was ik met mijn autootje naar de stad. Voor zo'n oud baasje maakte hij namelijk een verdacht potent machogeluidje. Naar de uitlaatspecialist dus maar. In mijn tas een boek en een krant om de veronderstelde uren door te komen in de nogal tot suïcide uitnodigende wachtruimte daar. Maar na de voorpagina kwam mijn auto er alweer aan. De technomagiër zei dat de uitlaat puntgaaf was. Zat ik daar voor paal. Dus afgedropen en huiswaarts. Niet langs de supermarkt omdat ik vreselijk nodig moest plassen en uitbundige trek kreeg in koffie.
Later gewoon op mijn gemak boodschappen gedaan in het dorp. Het was er stil en ik was al snel weer met volle tassen thuis. Onderweg rees wel de vraag of ik nu de stad had gemeden. Want daar had ik toch gezellig ergens koffie kunnen drinken en plassen? Maar ik rook niet meer! Ik zit er dan doelloos en een verloren. Een beetje zielig ook als een onzekere vrouw, en nog alleen ook.
Ik was van plan al mijn lichamelijke klachten op te schrijven die met de overgang te maken kunnen hebben. Om goed beslagen ten ijs te komen bij de huisarts voor zo'n test. Maar dat kan morgen ook. Ik wilde namelijk nog even bij de buurvrouw aanwippen. Een ijdele uitspraak trouwens, dat het morgen ook kan. Want gisteren belde ik met Dineke. Ze moet zes weken extra wachten voor een nieuwe chemokuur. Ze was in een te slechte conditie.
Aflevering 103 Mevrouw Doedel tot Rozenwater
NB De data kloppen niet met die van 2010
Volgende aflevering is 2 februari 2010
Maandag 31 januari
10.30 en het mooiste weer van de wereld. Vrolijke golfjes kabbelen in de sloot en geven knipoogjes van zonlicht. De vogels in de tuin oefenen hun liedjes. Toch heb ik de pest in. Ik maakte me daarnet in een telefoontje met een opdrachtgever weer eens de mindere door niet duidelijk te zeggen wat ik wil. Mevrouw Doedel tot Rozenwater. Bah. Vervolgens klokte ik zonder nadenken een beker volvette chocolademelk naar binnen in plaats van het voorgenomen glas water. Terwijl ik al vijf kilo te zwaar ben.
Laat ik maar gaan wandelen, dat vertraagt tenminste de fysieke aftakeling, want een oude kop had ik vanmorgen ook opeens in de spiegel.
Dat lopen was aangenaam. Het eerste stuk met de wind in de rug. De grasdijk tegenwind. Naar het dorp ook tegen. En langs de ringvaart huiswaarts geduwd, want stevig was hij best.
Het verandert buiten. Er hangt een flauw groen waas in de elzenbosjes. Je hoort vogels zingen waar ze een week geleden nog stilletjes scharrelden. En de frisheid op je wangen is anders, luchtiger, je huid verstrakt er niet van. En zo ontstond er het goede gevoel voor het schrijven van een natuurcolumn. Wat ik nu ga doen - ook al is er geen noodzaak.
* Als u de vorige afleveringen niet heeft gelezen, of ze wilt herlezen,
kunt u die via roos@roosverlinden.nl bij me opvragen*
Voorwoord: Teruggevonden een dikke envelop met erop:
"journaal van één jaar uit mijn leven"v
We verhuisden. Wat al jaren in de pen zat, stond eindelijk te gebeuren. De garage puilde uit van de spullen die moeten worden opgeslagen. De auto’s stonden daarom buiten, met ernaast het grofvuil. Ons toekomstige huis was pietepeuterig klein.
Noodgedwongen leerde ik selecteren, want tijd voor sentimentele gedachten was er niet. Wikken en wegen was geen optie, de tijd drong. Het kwam er eigenlijk op neer dat ons hele bezit naar de opslag ging, op enkele ditjes en datjes na.
Ook de inhoud van mijn werkkamer verdween richting garage. Dozen vol door mij vertaalde artikelen. Korte verhalen en columns uit de tijd van de schrijfmachine. Mappen vol prints toen het lezen van een flikkerend beeldscherm nog lastig was.
Ik keek slechts vluchtig naar de opschriften. Tot die dikke envelop met het opschrift Journaal van één jaar uit mijn leven! Dát was lang geleden. Dat jaar waarin ik er achter probeerde te komen wat er toch in hemelsnaam met me aan de hand was.
Wat was ik destijds doodongelukkig met mezelf. Zo raar als ik me voelde. Alsof ik niet bij de wereld hoorde, noch bij mijn lichaam en evenmin bij mijn ziel. Mijn lichaam ging zonder zich iets van mij aan te trekken zijn eigen gang. Mijn hart sloeg zomaar wat slagen over. Of op hol. Het zweet brak me zomaar opeens uit. Het was af en toe een complete chaos vanbinnen. En niet alleen in mijn lijf, maar ook in mijn gedachten. Somber waren die en navenant waren mijn gevoelens.
Had ik hartritmestoornissen? Een schildklierprobleem? Viel mijn sturingsmechanisme langzaam maar zeker uit? Had ik een depressie, was ik gewoon overwerkt of werd ik langzamerhand gewoon gek?
Na maanden van tobben maakte ik een afspraak met mijn huisarts. 'Hij is zelf op vakantie,' zei de assistente, 'maar u kunt morgen om 10 uur bij de waarnemer terecht.' Om het niet wéér uit te stellen, ging ik akkoord.
De volgende dag somde ik vrolijk mijn klachten op, want een zeurkous wilde ik in géén geval zijn. 'Hartkloppingen. Het zweet breekt me dan uit. Het voelt zo ontregeld van binnen. Dat geeft me zo'n droevig gevoel. Of eigenlijk angstig. In drukke winkels bijvoorbeeld of in de drukte op de snelweg. Of in files, of voor een openstaande brug of zo.'
Ik keek er helder en open bij. Dat ons eenzame wonen me de kalme rust van een buitenvrouw gaf, moest duidelijk zijn. 'Het lijkt verdorie wel of ik in de overgang ben,' zei ik. Met een relativerende schaterlach, omdat artsen het nooit zo op prijs stellen als de patiënt zelf al de diagnose weet. Helemaal als die patiënt fysiotherapeut geweest is.
'Menstrueert u nog?'
'Ja.'
'Regelmatig?'
'Je kunt er de klok op gelijk zetten.'
'Heeft u last van opvliegers?'
'Nou, nee, denk ik... Ik weet niet hoe dat moet voelen. Het zweet breekt me wel vaak uit, in de drukte….'
'Nachtelijke transpiratie?'
Als er iets was waar ik nooit meer last van had, dan was het dat! Van puber af aan kon ik zomaar 's nachts baden in het zweet. Jaren heb ik gedacht aan tbc te lijden. Nachtzweten is een tot de verbeelding sprekend symptoom ervan. Tot ik me realiseerde dat ik door die tbc allang dood had horen te zijn. Ha! Mijn man had in het begin van onze relatie nog eens voor de grap een lange kartonnen koker onder het dekbed gelegd bij wijze van warmteontluchtingspijp. Het hielp ook nog!
Ik overwoog dat leuke verhaal te vertellen, maar hield het gezien de beperkte tijd voor me. 'Nee, geen nachtelijke transpiratie.' De dokter boog zich over het bureau, keek me strak aan en tikte met zijn ballpoint nadrukkelijk op mijn dossier. 'U menstrueert, bent zeer regelmatig, heeft geen opvliegers, noch last van nachtelijke transpiratie. Dan bent u niet in de overgang.'
Die laatste zin sprak hij uit in het ritme van zijn tikkende pen op mijn dossier. 'U heeft vage klachten. Zoekt u eens naar spanningen in uw leven. Neem niet te veel hooi op uw vork. U lijkt me nogal precies. Ga lekker sporten.'
'Moet u dan mijn hart niet beluisteren?' was mijn angstige vraag - die ik niet meer stelde omdat de dokter sneller was. 'Verwijzing naar een psychiater lijkt me vooralsnog niet nodig.'
Mijn god! Om de psychiater vóór te zijn dwong ik mezelf tot zelfhulp op fysiek en mentaal gebied. Een jaar gaf ik mezelf de tijd. Dan moest ik weten wat er met me aan de hand was.
Het fysieke deel bestond uit stevige wandelingen en gymnastiek. Het mentale deel door het lezen van zelfhulpboeken en het in de praktijk brengen van die adviezen. Plus het me aansluiten bij een groepje overwerkte vrouwen dat elkaar hielp, onder leiding van een ervaringsdeskundige.
Van 9 juni tot 9 juni - zolang gaf ik me de tijd. Om mezelf te verbeteren. Om de dingen te doen waar ik bang voor was. Om mijn gedachten van negatief naar positief te leren ombuigen. Door bewust te kijken naar mooie en goede dingen.
Dagelijks deed ik verslag. Het werd een aangename warming up voor mijn schrijfwerk. Het journaal werd een soort vriendin. Regelmatig terugkerende onderdelen waren mijn al dan niet nuttige activiteiten. Daardoor zag ik zwart op wit staan dat ik best wat presteerde ook al zei mijn gevoel anders. Ook noteerde ik wat de natuur te bieden had gehad. Dat dwong me namelijk om niet te tobben tijdens mijn dagelijkse wandelingen. Zo kon ik speuren naar plantjes en vogels, wolkenluchten en landschappen.
Verder kwamen er zo te hooi en te gras citaten of motto’s in te staan die me opbeurden of die iets verhelderden. In cursief, zodat ik ze in tijden van nood in één oogopslag als reddingsboeien zag drijven in de tekst. Helaas deed ik niet aan bronvermelding, en gewoonlijk vertaalde ik ze in mijn eigen woorden.
Nadrukkelijk moet ik hier dus zeggen dat die cursieve zinnen bedacht zijn door anderen.
Natuurlijk was er stilistisch van alles op aan te merken. Daar schaamde ik me niet voor. Wel voor de klagelijke inhoud. Dáárom stopte ik de prints in een envelop en die weer in een bureaula. Niemand mocht ze ooit vinden. Maar vernietigen... néé, ze waren me daarvoor te lief.
Onze verhuizing mocht voor de deur staan, ik móést erin neuzen. Wat was dat een nare periode in mijn leven geweest! Wat was ik dankbaar die achter me te hebben! Later wist ik dat het de overgang was. Toen tastte ik rond in wat ik op een bepaald moment ervoer als een niemandsland.
Medelijden bekroop me toen ik terugdacht aan die arme, dappere meid, die door de dagen ploegde. Die steeds maar weer haar best deed om niet ziek, zwak en misselijk te zijn. Die er hoogstens wat lacherig over deed tegen haar man en vriendinnen. Die zich schaamde over die 'zwakheden'. Ze was immers voor de buitenwereld het prototype van de stoere Hollandse meid? Ze durfde afgelegen te wonen. Ze banjerde, weer of geen weer, met haar hond over graspaden dwars door de weilanden. Ze waagde het een loondienstbaan op te zeggen en zich in het ongewisse van het freelancerschap te storten.
Ik wikte noch woog, maar borg het manuscript in het kleine formaat verhuisdoos voor mijn toekomstige werkkamertje. Het móést worden herschreven voor andere vrouwen in de overgang. Het taboe op de overgang mag verdwenen zijn, een gezellig gespreksonderwerp is het voor de meeste vrouwen nog altijd niet. Iedereen wil flink zijn. Niemand wil zeuren. Een moderne vrouw weet immers wel raad? Pas nadat er een schaap over de dam is… Laat mijn verhaal daartoe maar dienen. Herkenning vinden bij anderen waren indertijd immers ook mijn bakens in niemandsland.
Natuurlijk was, en ben, ik geen gemiddelde vrouw met een gemiddelde overgang – zoals ik geen enkele gemiddelde vrouw in mijn vriendinnenschare heb. Vriendinnen overigens, die ik net als mijn man en de zijnen, mijn familie en tal van anderen buiten het journaal hield. Het ging om mij. Alleen als er iets echt speciaals was, refereerde ik aan ze.
Geestelijk ben ik naar mijn weten tamelijk gemiddeld, dus normaal. Maar destijds had ik wel degelijk psychische klachten. Dat was bedreigend voor de altijd evenwichtige, tamelijk vrolijke, opgewekte en energieke vrouw met gevoel voor humor, die ik was – en weer bén!
Kind van mijn tijd was ik echter ook. Doordrongen van het dogma dat bescheidenheid de mens siert en dat je met beleefdheid en vriendelijkheid het verste komt. Zoals zovele vrouwen werd ook ik een subassertieve volwassene. We vinden onszelf niet zo belangrijk, geven anderen voorrang en zijn erg relativerend, om niet te zeggen geremd, bij het uiten van ons gevoel of eventuele klachten.
We gunnen ons met andere woorden weinig persoonlijke ruimte. Daardoor kunnen gevoelens van minderwaardigheid, neerslachtigheid en angst worden gevoed. Als je erg je best doet om het keurig nette meisje te blijven, kan hyperventilatie om een hoekje komen kijken. In mijn geval gingen prille overgangsklachten een eigen leven leiden. Ik liet me intimideren door de klachten, ik ging onderdanig om met hetgeen er met me gebeurde en werd onzeker.
Maar daardoor niet alleen ontstond die onzekerheid. Als je halverwege de veertig bent, komen kleinere en grotere bedreigingen van het geluk zomaar ineens ook binnen jouw levenssfeer. Geliefden worden ziek en overlijden – en zij kunnen een leeftijdgenoot van je zijn… Peuters die jij ooit troostte, blijken een wereld te hebben gemaakt waaraan jij je moet aanpassen. Rimpeltjes worden rimpels. Elke ochtend staat er in spiegel een vrouw waarin je jezelf met moeite herkent. Je vertrouwde kledingstijl staat je opeens niet en je moet steeds kritischer kijken of de kleur je wel flatteert, en meer en meer tijd aan je kapsel besteden.
Op een goede dag voel je tot op het bot dat je jeugd voorbij is. Dat je naar een andere leeftijdsfase doorgeschoten bent. Dat er geen weg meer terug is. Dat je taille wegblijft, net als je vruchtbaarheid. Dat je er aan moet werken om te kunnen blijven lachen, om de goede kant van de dingen te zien. Dat je dankbaar mag zijn dat je nog altijd het leven hebt.
Precies dát probeerde ik me eigen te maken in het jaar van het journaal. Precies dát wil ik in deze herschreven versie overbrengen. Als handreiking naar al die vrouwen die de gedwongen sprong naar een nieuwe toekomst maken. Ik sta al aan de overkant, in die nieuwe toekomst en als de romanschrijfster die ik na dat jaar geworden ben. Kom op, lach en spring. Op naar jouw nieuwe toekomst!
